Catégories
Néerlandais

Liste de verbes utiles néerlandais : la communication

100 verbes de communication en néerlandais

🇳🇱 Les mots essentiels à connaître 🇳🇱

_

Apprenez l’essentiel du néerlandais facilement avec cette liste de vocabulaire néerlandais qui contient tous les verbes indispensables sur le thème de la communication, avec leurs traductions en français. Pratique pour apprendre le néerlandais seul à la maison, ou si vous souhaitez enrichir et améliorer votre vocabulaire en néerlandais pour mieux vous exprimer à l’écrit comme à l’oral !

Vous repérez des erreurs ou souhaitez ajouter un mot de vocabulaire à la liste ? N’hésitez pas à laisser un commentaire pour améliorer le site !

🇫🇷 Français 🇳🇱 Néerlandais
🗣️ Dire & exprimer  
affirmer beweren / bevestigen
annoncer aankondigen / mededelen
avouer bekennen / toegeven
balbutier stamelen / stotteren
bégayer stotteren
chanter zingen
chuchoter fluisteren
crier schreeuwen / roepen
déclarer verklaren
dire zeggen
exagérer overdrijven
exprimer uitdrukken / uiten
hurler schreeuwen / brullen
jurer zweren / vloeken
marmonner mompelen
mentionner vermelden / noemen
murmurer fluisteren / mompelen
nier ontkennen
parler spreken / praten
prétendre beweren / pretenderen
raconter vertellen
s’exclamer uitroepen
signaler signaleren / aanduiden
soupirer zuchten
spécifier specificeren
💬 Dialoguer & échanger  
communiquer communiceren
contacter contacteren
contredire tegenspreken
débattre debatteren
dialoguer dialogeren / in gesprek gaan
discuter discussiëren / bespreken
échanger uitwisselen
intervenir tussenkomen / ingrijpen
partager delen / uitwisselen
répliquer repliceren / antwoorden
répondre antwoorden
s’opposer zich verzetten / tegenover staan
se demander zich afvragen
se disputer ruziemaken / twisten
se moquer spotten met / bespotten
📢 Convaincre & influencer  
convaincre overtuigen
décevoir teleurstellen
défendre verdedigen
encourager aanmoedigen
influencer beïnvloeden
insister aandringen
interpréter interpreteren
persuader overreden / overtuigen
proposer voorstellen
protester protesteren
reprocher verwijten
suggérer suggereren / voorstellen
supplier smeken
supposer veronderstellen
📋 Informer & enseigner  
apprendre leren / aanleren
conseiller adviseren / raad geven
décrire beschrijven
enseigner onderwijzen / lesgeven
établir vaststellen / opstellen
expliquer uitleggen
indiquer aanduiden / aangeven
informer, renseigner informeren / inlichten
interroger ondervragen
notifier meedelen / notificeren
prédire voorspellen
présenter voorstellen
rappeler herinneren
recommander aanbevelen
répéter herhalen
traduire vertalen
✅ Accepter, refuser & décider  
accepter aanvaarden / accepteren
accuser beschuldigen
admettre toegeven / toegeven
ajouter toevoegen
approuver goedkeuren
autoriser toestaan / machtigen
commander bevelen / bestellen
conclure concluderen
confirmer bevestigen
critiquer bekritiseren
décider beslissen / besloten
douter twijfelen
empêcher verhinderen / beletten
ignorer negeren / niet weten
interdire verbieden
modifier wijzigen / aanpassen
obliger verplichten
ordonner bevelen / gelasten
permettre toestaan / toelaten
reconnaître erkennen
refuser weigeren
🤝 Interactions sociales  
appeler bellen / roepen
écouter luisteren
écrire schrijven
enregistrer opnemen / registreren
entendre horen
féliciter feliciteren
imiter imiteren / nadoen
inviter uitnodigen
planifier plannen
prier bidden / smeken
promettre beloven
réfléchir nadenken
remercier bedanken / danken
s’excuser zich verontschuldigen / sorry zeggen
souhaiter wensen
téléphoner bellen / telefoneren

➡️ Fiche suivante : Voiture et mécanique

⬅️ Fiche précédente : La société moderne et les problèmes sociaux

 

 

©Fichesvocabulaire.com – Ne pas recopier sur d’autres sites

Laisser un commentaire

Votre adresse e-mail ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *